In gesprek met Bernlef - UITVERKOCHT
Voor Bernlef (1937) begint alles met gedichten. Zijn ideeën, zegt hij, ontstaan als gedichten om daarna (soms) uitgewerkt te worden in verhalen, essays of romans. Bernlef, pseudoniem voor H.J. Marsman, koos niet voor niets voor de naam van een díchter, namelijk die van een blinde Friese bard uit de achtste eeuw.
Bernlef is de dichter van het vluchtige. Hij schrijft zijn gedichten niet voor de eeuwigheid. Bijna om het jaar publiceert hij een nieuwe bundel om als het ware de vorige te vervangen. Vanaf de jaren zeventig werd zijn poëzie lyrischer van aard en persoonlijker. De toon bleef parlando en helder, tegen het prozaïsche aan.
Bernlef richtte in 1958 samen met G. Brands en K. Schippers het roemruchte avant-gardistische tijdschrift Barbarber op. Hij debuteerde in 1960 dubbel: eerst met de dichtbundel Kokkels, en in hetzelfde jaar met de verhalenbundel Stenen spoelen. Hij vertaalde het werk van diverse Zweedse dichters en schrijvers en recenseerde onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool, De Gids en Haagse Post. Met de roman Hersenschimmen (1984) brak hij door naar het grote publiek.
In zijn laatste boek Geleende levens vormen, onderzoekt Bernlef in drie novellen wat identiteit is. Zijn werk is vaak bekroond. In 1984 werd zijn hele oeuvre bekroond met de Constantijn Huygensprijs. Voor de roman Publiek geheim (1987) kreeg hij de AKO Literatuurprijs en in 1994 werd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn poëzie.
Gesprek: Walter Jansen
woensdag 19 januari 2011 - UITVERKOCHT
(vrienden K13 en voorverkoop in de boekhandel € 10,00)